U bevindt zich in
Frequenties en Bandplan
Dutch Amateur Radio Station
PA0BAK
HoofdstukkenHoger Menu Pagina's Start Bandplan IARU Region 1 DXCC Frequentie en Mode Frequenties volgens de Wet HF Bandplan Regeling gebruik Frequentieruimte
Regeling gebruik Frequentieruimte

Regeling gebruik van frequentieruimte met meldingsplicht 2015
Geldend van 01-07-2019 t/m heden (zie voetnoot)

Regeling van de Minister van Economische Zaken van 26 februari 2015, nr. WJZ/15030714, houdende regels inzake het gebruik van frequentieruimte zonder vergunning met meldingsplicht en wijziging van de Examenregeling frequentiegebruik 2008 (Regeling gebruik van frequentieruimte met meldingsplicht 2015) De Minister van Economische Zaken,

Gelet op artikel 3.9 van de Telecommunicatiewet, alsmede de artikelen 3 tot en met 5, van het Frequentiebesluit 2013;

Besluit:
Artikel 1
In deze regeling wordt verstaan onder:
  1. AIS (Automatic Identification System): automatisch identificatiesysteem gebaseerd op transponder technologie;
  2. ATIS (Automatic Transmitter Identification System): systeem dat automatisch de door Onze Minister toegewezen combinatie van letters of cijfers voor de identificatie van een schip of radioapparaat, als bedoeld in de Regionale Regeling, uitzendt;
  3. besluit: Frequentiebesluit 2013;
  4. binnenvaart: scheepvaart op de binnenwateren;
  5. combi-marifoon: radioapparaat bestemd voor communicatie op de binnenwateren en op zee;
  6. EPIRB (Emergency Position Indicating Radio Beacon): radioapparaat bestemd voor noodalarmering in de 406 MHz frequentieband en voor het lokaliseren van het baken op de frequentie 121,5 MHz;
  7. frequentiegebruik met een primaire status: gebruik van frequentieruimte voor de uitoefening van een radiodienst die ingevolge het frequentieplan een primaire status heeft;
  8. frequentiegebruik met een secundaire status: gebruik van frequentieruimte voor de uitoefening van een radiodienst die ingevolge het frequentieplan een secundaire status heeft;
  9. frequentieplan: plan als bedoeld in artikel 3.1 van de wet;
  10. klasse van uitzending: klasse van uitzending als bedoeld in bijlage 1 van deel 2 van het Radioreglement;
  11. marifoon binnenvaart: radioapparaat bestemd voor communicatie op de binnenwateren in de maritieme VHF frequentieband met automatische vermogensreductie op de specifieke VHF kanalen;
  12. marifoon zeevaart: radioapparaat bestemd voor communicatie op zee in de maritieme VHF frequentieband;
  13. maritiem mobiele communicatie: radiocommunicatie tussen radiostations op schepen onderling, tussen radiostations op een schip en op het vaste land en tussen een radiostation op een schip en een satelliet;
  14. maritieme portofoon: draagbaar radioapparaat bestemd voor gebruik in de maritieme VHF en UHF frequentieband;
  15. MMSI (Maritime Mobile Service Identity): unieke combinatie van negen cijfers dat een radiostation of een groep van radiostations identificeert, zoals omschreven in paragraaf 6 van artikel 19 van het Radioreglement;
  16. pleziervaart: scheepvaart voor sportbeoefening of vrijetijdsbesteding;
  17. Radioreglement: Radioreglement 1979 met bijlagen, behorende bij de op 22 december 1989 te Nice tot stand gekomen Internationale Constitutie en Conventie van de Internationale Telecommunicatie Unie (Trb. 2013, 1);
  18. radiostation: een of meer radioapparaten met de daartoe behorende antenne-inrichtingen, noodzakelijk voor het op een locatie uitvoeren van een radiocommunicatiedienst als bedoeld in artikel 1.19 van het Radioreglement;
  19. radiozendamateur: degene die vanuit een persoonlijke belangstelling en zonder financieel oogmerk gebruik maakt van frequentieruimte ten behoeve van het opdoen van vaardigheden, het communiceren via de radio en het doen van technische onderzoekingen;
  20. Regionale Regeling: Regionale Regeling betreffende de radiocommunicatiedienst op de binnenwateren, tot stand gekomen in Boekarest op 18 april 2012;
  21. SAR (Search and Rescue) communicatie: radiocommunicatie ten behoeve van opsporings- en reddingoperaties.
Artikel 2
De artikelen 3 tot en met 10 zijn van toepassing op gebruik van frequentieruimte zonder vergunning als bedoeld in de artikelen 3 tot en met 5 van het besluit, met uitzondering van maritiem mobiele communicatie vanaf het land.

Artikel 3
Een rechtspersoon kan slechts gebruik maken van frequentieruimte die ingevolge het frequentieplan de bestemming ‘amateur´ of ‘amateursatelliet´ heeft, indien het betreft:
  1. een rechtspersoonlijkheid bezittende vereniging van radiozendamateurs waarvan het ledental en de samenstelling voldoende representatief zijn voor de door de vereniging te behartigen belangen;
  2. een rechtspersoon waarvan een onderwijsinstelling uitgaat die van rijkswege wordt gefinancierd of een onderwijsinstelling die door de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap is erkend, voor zover het doen van onderzoekingen met radioapparaten essentieel is voor het geven van onderwijs door deze instelling;
  3. een stichting die zich blijkens de statutaire doelstelling richt op het doen van onderzoekingen met radioapparaten en die de belangen van radiozendamateurs behartigt.
Artikel 4
  1. Degene die een radioapparaat bedient ten behoeve van maritiem mobiele communicatie beschikt over een certificaat van bediening als bedoeld in artikel 12 van de Examenregeling frequentiegebruik 2008, dat geldig is voor het desbetreffende frequentiegebruik overeenkomstig het bepaalde in bijlage 2, en heeft een leeftijd van ten minste zestien jaren.
  2. De radiozendamateur die een radioapparaat bedient, heeft met goed gevolg een examen als bedoeld in artikel 7 van de Examenregeling frequentiegebruik 2008 afgelegd, dat geldig is voor het desbetreffende frequentiegebruik overeenkomstig het bepaalde in bijlage 1, en heeft een leeftijd van ten minste veertien jaren voor het geval van volledige toegang tot de frequentieruimte, in bijlage 1 aangeduid als registratie F, en een leeftijd van ten minste twaalf jaren voor het geval van beperkte toegang tot de frequentieruimte, in bijlage 1 aangeduid als registratie N.
  3. In afwijking van het eerste en het tweede lid kan een persoon die niet voldoet aan de desbetreffende voorwaarde een radioapparaat bedienen indien de bediening plaatsvindt in directe aanwezigheid en onder verantwoordelijkheid van een persoon die wel aan deze voorwaarde voldoet.
Artikel 5
  1. De melding, bedoeld in artikel 5, eerste lid, van het besluit, wordt gedaan bij de Minister, met gebruikmaking van een door hem ter beschikking gesteld middel.
  2. Bij de melding worden in elk geval de volgende gegevens en bescheiden verstrekt:
    1. persoonsgegevens omtrent de gebruiker;
    2. de aard van het voorgenomen frequentiegebruik;
    3. in geval van maritiem mobiele communicatie: de te gebruiken radioapparaten en de naam en indien aanwezig het identificatienummer of kenmerk van het schip waarop deze radioapparaten gebruikt worden;
    4. indien de gebruiker een natuurlijke persoon is, een afschrift van het certificaat, genoemd in artikel 4, eerste lid, onderscheidenlijk informatie over het voldoen aan het in artikel 4, tweede lid, bedoelde examenvereiste.
      Een afschrift van het certificaat behoeft niet te worden verstrekt als het is verleend door de Minister.
  3. De melding kan, met uitzondering van de melding, bedoeld in artikel 6, tweede lid, onderdeel c, langs elektronische weg worden gedaan met gebruikmaking van een daartoe strekkend elektronisch formulier en de in het vierde lid bedoelde persoonlijke code of DigiD-code.
  4. Degene die voor de eerste maal een melding langs elektronische weg doet en die niet eerder een melding voor het gebruik van frequentieruimte langs elektronische weg heeft gedaan, geeft daarbij een DigiD-code of persoonlijke code op.
    De persoonlijke code wordt na aanvraag door middel van een daartoe strekkend formulier verstrekt aan de aanvrager.
  5. Indien als gevolg van gewijzigde omstandigheden de gegevens die bij de melding zijn verstrekt niet langer overeenkomen met de feitelijke situatie, doet degene die de melding heeft gedaan bij de Minister een nieuwe melding van de actuele gegevens.
    Het derde en vierde lid zijn van overeenkomstige toepassing.
Artikel 6
  1. De Minister registreert het voorgenomen frequentiegebruik overeenkomstig de melding tenzij niet wordt voldaan aan de artikelen 2 tot en met 5 en 7, en bericht hierover degene die de melding heeft gedaan, onder verstrekking van een bewijs van registratie aan degene wiens melding is geregistreerd.
    Een registratie kan door de Minister worden geweigerd voor zover een eerdere registratie is doorgehaald wegens overtreding van bij of krachtens de wet gestelde regels.
  2. Onverminderd het eerste lid registreert de Minister het voorgenomen frequentiegebruik ten behoeve van maritiem mobiele communicatie aan boord van een schip uitsluitend voor gebruik aan boord van:
    1. een schip dat te boek staat in de registers, bedoeld in afdeling 2 van titel 1 van Boek 3 van het Burgerlijk Wetboek;
      of, indien aan het vereiste onder a. niet wordt voldaan,
    2. een schip ten aanzien waarvan naar waarheid is verklaard dat het eigendom is van:
      1. een natuurlijke persoon die staat ingeschreven in de basisregistratie personen, bedoeld in artikel 1.2 van de Wet basisregistratie personen;
      2. een rechtspersoon die in Nederland een hoofd- of nevenvestiging heeft als bedoeld in artikel 1 van de Handelsregisterwet 2007;
        of, indien aan de vereisten onder a. of b. niet wordt voldaan,
    3. een schip ten aanzien waarvan voldoende aannemelijk is gemaakt dat het eigendom is van een natuurlijke persoon, of rechtspersoon die naar het oordeel van de Minister anderszins een voldoende band heeft met Nederland.
  • Voor zover vereist op grond van het Radioreglement wordt bij de registratie een combinatie van letters of cijfers toegekend met het oog op de identificatie van het radiostation.
  • Degene die op grond van de melding als frequentiegebruiker geregistreerd is, draagt er voor zorg dat indien het geregistreerde radioapparaat door een ander wordt bediend, daarbij de in deze regeling bepaalde voorschriften worden nageleefd.
  • De Minister haalt de registratie door op verzoek van de betrokkene of indien is vastgesteld dat de betrokkene niet langer gebruik maakt van de frequentieruimte.
    De Minister kan de registratie doorhalen indien niet wordt voldaan aan de artikelen 2 tot en met 7, of indien de betrokkene de verschuldigde vergoeding voor de registratie niet heeft voldaan.
    De Minister bericht de betrokkene over de doorhaling.
  • Artikel 7
    Bij het gebruik van frequentieruimte wordt voldaan aan de beperkingen en voorschriften ten aanzien van de beschikbare frequentieruimte, de toepassingen, het zendvermogen en de bekwaamheid die:
    1. ten aanzien van frequentieruimte met de bestemming ‘amateur´ of ‘amateursatelliet´ zijn opgenomen in bijlage 1;
    2. ten aanzien van frequentieruimte met de bestemming ‘maritiem mobiele communicatie´ zijn opgenomen in bijlage 2.
    Artikel 8
    1. Bij gebruik van frequentieruimte als bedoeld in artikel 7 wordt voorts voldaan aan de volgende voorschriften:
      1. het bewijs van registratie en, in geval van maritiem mobiele communicatie, het certificaat van bediening zijn aanwezig bij het radioapparaat;
      2. bij frequentiegebruik met een secundaire status wordt te allen tijde voorrang verleend aan frequentiegebruik met een primaire status;
      3. er worden geen ontoelaatbare storingen of belemmeringen veroorzaakt in andere uitrusting of radioapparaten en in het frequentiegebruik door anderen;
      4. er worden geen valse of bedrieglijke alarmeringen, noodseinen, noodoproepen of noodberichten uitgezonden.
    Artikel 9
    1. Bij gebruik van frequentieruimte met de bestemming ‘maritiem mobiele communicatie’ aan boord van een schip is het radioapparaat dat aan boord van het schip gebruikt wordt, geregistreerd voor gebruik aan boord van dat schip en wordt, onverlet artikel 8, voldaan aan de volgende voorschriften:
      1. een maritiem mobiel radioapparaat gebruikt geen onjuiste of misleidende identificatie;
      2. het berichtenverkeer wordt kort en zakelijk gehouden en het zendgedeelte van het radioapparaat wordt niet onnodig ingeschakeld;
      3. bij een radioapparaat met een alarmeringsfunctie dat abusievelijk in werking is getreden, herroept de geregistreerde de melding voor zover daartoe communicatiemiddelen beschikbaar zijn;
      4. een EPIRB wordt uitsluitend gebruikt voor alarmering indien sprake is van onmiddellijk dreigend gevaar voor bemanning en het schip en indien alarmering met andere middelen niet of niet meer mogelijk is;
      5. radioapparaten die een alarmerings- of noodfunctie hebben, worden zodanig geprogrammeerd dat zij bij gebruik automatisch het MMSI-nummer of de toegewezen letters of cijfers ter identificatie van het radiostation gebruiken;
      6. versleutelde radiocommunicatie door middel van een MF- of MF/HF-radioapparaat vindt uitsluitend plaats op frequenties bestemd voor radiotelefonieverkeer tussen schepen;
      7. bij versleutelde radiocommunicatie als bedoeld in onderdeel f wordt tijdens de uitzending en ten minste eenmaal per periode van vijf minuten de in artikel 6, derde lid, bedoelde combinatie van letters of cijfers onversleuteld uitgezonden;
      8. bij gebruik van een marifoon of portofoon is de antenne hiervan verticaal polariserend en rondstralend;
      9. in het werkingsgebied van de Regionale Regeling zijn de marifoon binnenvaart, de combi-marifoon en de maritieme portofoon voorzien van een systeem voor automatische zenderidentificatie en wordt de door de Minister verstrekte zenderidentificatie gebruikt;
      10. een portofoon in de VHF-band wordt alleen gebruikt in combinatie met een marifoon, met dien verstande dat de pleziervaart in het werkingsgebied van de Regionale Regeling kan volstaan met het gebruik van alleen een portofoon.
    Artikel 10
    1. Bij gebruik van frequentieruimte met de bestemming ‘amateur´ of ‘amateursatelliet´ wordt, onverlet artikel 8, voldaan aan de volgende voorschriften:
      1. de radiozendamateur die het radioapparaat bedient, is bij het radioapparaat aanwezig of draagt er zorg voor dat alleen hij zijn radioapparaat op afstand kan bedienen;
      2. het uitzenden van omroepprogramma´s, muziek, reclame of berichten van of voor derden is niet toegestaan;
      3. de in artikel 6, derde lid, bedoelde combinatie van letters of cijfers wordt ten minste bij het begin en bij het einde van elke uitzending en ten minste eenmaal per periode van vijf minuten uitgezonden, waarbij een reeks kortdurende uitzendingen wordt aangemerkt als één uitzending;
      4. de combinatie van letters of cijfers is bij data- en beeldoverdracht aan de ontvangstzijde na demodulatie in leesbaar schrift zichtbaar;
      5. bij automatische telegrafie en bij data- of beeldoverdracht waarbij toepassing van onderdeel c stuit op technische belemmeringen, wordt de combinatie van letters of cijfers kenbaar gemaakt door middel van spraak of morsetelegrafie;
      6. informatie wordt niet versleuteld verzonden;
      7. radioverbindingen worden alleen tot stand gebracht met andere gebruikers van frequentieruimte met de bestemming ‘amateur´ of ‘amateursatelliet´;
      8. bij het spellen van de combinatie van letters of cijfers wordt gebruik gemaakt van het in bijlage 3 opgenomen spellingsalfabet;
      9. de combinatie van letters of cijfers wordt uitgezonden overeenkomstig de volgende klasse van uitzending:
        1. spraak: A3E, H3E, J3E, R3E, F3E en G3E;
        2. morse telegrafie (maximale snelheid van 30 woorden per minuut): A1A, A2A, F1A, F2A, J2A, G1A en G2A;
        3. automatische telegrafie: A1B, A2B, F1B, F2B en J2B;
        4. data- of beeldoverdracht: F1D, F2D en G2D;
        5. facsimilé en slow-scan televisie; (SSTV): A1C, A2C, A3C, J2C, J3C, F1C, F2C, F3C, G1C, G2C en G3C;
        6. amateurtelevisie: A3F, C3F en F3F.
    2. Voor gezamenlijk gebruik van frequentieruimte ten dienste van radiozendamateurs tijdens groepsevenementen gelden de volgende voorschriften:
      1. tijdens een radiowedstrijd die door meer dan een geregistreerde wordt georganiseerd met de vorming van een groepsradiostation, kunnen de deelnemers de in artikel 6, derde lid, bedoelde combinatie van letters of cijfers van één van de geregistreerden gebruiken;
      2. bij radioamateurpeilevenementen die georganiseerd zijn door een geregistreerde vereniging of stichting van radiozendamateurs, is het eerste lid, onderdeel a, niet van toepassing;
      3. bij gebruik van een radiostation door leden van Scouting Nederland tijdens evenementen die georganiseerd worden door de werkgroep Radio Scouting Nederland wordt aan de in artikel 6, derde lid, bedoelde combinatie van letters of cijfers toegevoegd: J.
    3. Voor een onderwijsinstelling geldt dat:
      1. het radiostation uitsluitend wordt gebruikt tijdens lesuren;
      2. het houden van en deelnemen aan radiowedstrijden niet is toegestaan;
      3. de onderwijsinstelling een radiozendamateur die voldoet aan het in artikel 4, tweede lid, bedoelde vereiste, aanwijst die namens de geregistreerde onderwijsinstelling het radiostation beheert.
    4. Voor een vereniging of stichting van radiozendamateurs geldt dat de geregistreerde een radiozendamateur die voldoet aan het in artikel 4, tweede lid, bedoelde vereiste, aanwijst die namens de geregistreerde vereniging of stichting het radiostation beheert.
    Artikel 11
    [Red: Wijzigt de Examenregeling frequentiegebruik 2008.]

    Artikel 11a
    Tot en met 30 juni 2020 worden registraties van frequentiegebruik ten behoeve van maritiem mobiele communicatie niet doorgehaald op grond van artikel 6, tweede en vijfde lid, indien de registratie heeft plaatsgevonden vóór 1 juli 2019.

    Artikel 12
    Deze regeling treedt in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van de Staatscourant waarin zij wordt geplaatst.

    Artikel 13
    Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling gebruik van frequentieruimte met meldingsplicht 2015.

    Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

    ’s-Gravenhage, 26 februari 2015

    De Minister

    van Economische Zaken, H.G.J. Kamp

    Bijlagen
    Bijlage 1. Radiozendamateurs
    Beperkingen en voorschriften als bedoeld in artikel 7, onder a, en examenvereiste als bedoeld in artikel 4, tweede lid
    Categorie registratie Toegestane zendvermogen in watt (PEP) Frequentiebanden in MHz Primair of secundair gebruik (p/s) Bijzondere bepalingen
    F 400 0,1357 0,1378 s Alleen de klasse A1A.
    100 0,472 0,479 s Alleen A1A, F1A, G1A, J2A; contesten zijn niet toegestaan.
    400 1,81 1,85 p
    400 1,85 1,88 s
    400 3,5 3,8 p
    15 watt e.i.r.p. 5,351.5 5,366.5 s Toegestane effectief uitgestraalde vermogen van de zendinrichting ten opzichte van een isotrope straler (Equivalent Isotropically Radiated Power)
    400 7,0 7,1 p
    400 7,1 7,2 p
    400 10,1 10,15 s Alleen A1A, F1A, G1A, J2A; contesten zijn niet toegestaan.
    400 10,14 10,15 s Data, bandbreedte max, 500 Hz.
    400 14,0 14,35 p
    400 18,068 18,168 p
    400 21,0 21,45 p
    400 24,89 24,99 p
    400 28,0 29,7 p
    120 50,0 50,45 s Alleen A1A en J3E.
    30 50,0 50,45 s
    30 50,45 52,0 s Duplexverbindingen zijn niet toegestaan.
    50 70,0 70,5 s Duplexverbindingen zijn niet toegestaan.
    400 144,0 146,0 p
    400 430,0 436,0 p
    400 436,0 440,0 s
    120 1.240,0 1.300,0 s
    120 2.320,0 2.400,0 s
    120 2.400,0 2.450,0 s Uitsluitend satellietverkeer (aarde naar ruimte).
    120 3.400,0 3.410,0 s
    120 5.650,0 5.850,0 s
    120 10.000,0 10.500,0 s
    120 24.000,0 24.050,0 p
    120 24.050,0 24.250,0 s
    120 47.000,0 47.200,0 p
    120 75.500,0 76.000,0 p
    120 76.000,0 77.500,0 s
    120 77.500,0 78.000,0 p
    120 78.000,0 81.500,0 s
    120 122.250,0 123.000,0 s
    120 134.000,0 136.000,0 p
    120 136.000,0 141.000,0 s
    120 241.000,0 248.000,0 s
    120 248.000,0 250.000,0 p
    N 25 7,050 7,1 p
    25 14,0 14,25 p
    25 28,0 29,7 p
    25 144,0 146,0 p
    25 430,0 436,0 p
    25 436,0 440,0 s
    1. Een registratie met volledige toegang wordt aangemerkt als F (full), terwijl een registratie met beperkte toegang wordt aangemerkt als N (novice).
      Ingevolge artikel 7 van de Examenregeling frequentiegebruik 2008 is het met goed gevolg afgelegd hebben van een examen voor de categorie F vereist voor volledige toegang van de voor radiozendamateurs beschikbare frequentieruimte, onder de eventuele in de tabel opgenomen beperkingen, en is het met goed gevolg afgelegd hebben van een examen voor de categorie N vereist voor toegang van de voor radiozendamateurs beschikbare frequentieruimte zoals opgenomen in de tabel onder N. Met het met goed gevolg afgelegd hebben van een examen voor de categorie F wordt gelijk gesteld een HAREC-certificaat, verstrekt door een andere administratie van de Conférence Européenne des Postes et des Télécommunications (CEPT), of een certificaat of ander document dat gelijkwaardig is aan een F-certificaat van een andere administratie die geen onderdeel uitmaakt van de CEPT en die is opgenomen in Annex 4 van CEPT Recommendation T/R 61-02.
      Met het met goed gevolg afgelegd hebben van een examen wordt voor de categorie N gelijk gesteld een certificaat of ander document dat gelijkwaardig is aan een N-certificaat, verstrekt door een andere administratie van de CEPT of een administratie die geen onderdeel uitmaakt van de CEPT en die is opgenomen in Annex 4 van ECC Recommendation (05) 06.
    2. Zendvermogen: het door de direct met de antenne-inrichting te koppelen trap van het radiozendapparaat afgegeven gemiddeld vermogen, gerekend over één periode van de hoogfrequente uitgangswissel-spanning tijdens het maximum van de omhullende (Peak Envelope Power).
    3. De gebruiker van een zelfgebouwd radiozendapparaat voorkomt dat een vermogen wordt geproduceerd dat de onderstaande limieten overschrijdt voor de onderdrukking van ongewenste hoogfrequente uitstralingen.

      Limieten zelfgebouwde amateurapparatuur
      Tabel 1: Antenne-uitgangslimieten in zendmode
      Frequentieband Limieten (de hoogste waarde is van toepassing) Opmerkingen
      0,15 MHz tot 1,7 MHz –36 dBm of -60 dBc
      1,7 MHz tot 35 MHz –36 dBm of -40 dBc
      35 MHz tot 50 MHz –40 tot -60 dBc of -36dBm De hoogste waarde is van toepassing (opmerking 1)
      50 MHz tot 1 000 MHz –36 dBm of -60 dBc De hoogste waarde is van toepassing
      1 000 MHz tot 40 GHz –30 dBm of -50 dBc De hoogste waarde is van toepassing
      Opmerking 1: De limiet in dBc neemt lineair af met de logaritme van de frequentie in het bereik van 35 MHz tot 50 MHz.

      Voor de limieten aangegeven in dBc geldt dat het referentieniveau het maximale RF-outputsignaal in PEP van de radioapparaat is, gemeten aan de antenne-uitgang.

      Tabel 2: Antenne-uitgangslimieten in ontvangst- of zendstandbymode
      Frequentieband Limieten (de hoogste waarde is van toepassing) Opmerkingen
      0,15 MHz tot 1 000 MHz –57 dBm
      1 000 MHz tot 40 GHz –47 dBm
      Voor metingen aan frequenties hoger dan 40 GHz zijn geen testlimieten vastgesteld.

      Begrippen:

      PEP is het daadwerkelijke toegepaste zendvermogen;

      Ongewenste hoogfrequente uitstralingen zijn: alle uitstralingen op andere frequenties dan:
      1. de zendfrequentie;
      2. de frequenties die noodzakelijkerwijs in verband met het modulatieproces in beslag worden genomen).
      dBc. Decibel ten opzichte van het vermogen van de draaggolf (carrier).

      dBm. Decibel met als referentieniveau 1 milliwatt, gemeten bij een impedantie van 50 ohm.

      Bijlage 2. Maritiem mobiele communicatie
      Beperkingen en voorschriften als bedoeld in artikel 7, onder b , en het vereiste certificaat van bediening als bedoeld in artikel 4, eerste lid.

      1. Frequentiegebruik
      1.1. Frequenties voor het nood-, spoed- en veiligheidsverkeer (GMDSS) en internationale (DSC) aanroepfrequenties onder 30 MHz
      Gebruik in de MF/HF-band is alleen toegestaan buiten het werkingsgebied van de Regionale Regeling en in de volgende frequentiebanden.

      Frequentie band Frequentie schip (kHz) Frequentie kuststation (kHz) Opmerkingen
      MF 2 MHz 2174,5 2174,5 Radiotelex Noodfrequentie
      2177,0 DSC aanroepfrequentie schepen onderling
      2182,0 2182,0 Radiotelefonie Noodfrequentie
      2187,5 2187,5 DSC Nood- aanroepfrequentie
      2189,5 2177,0 DSC aanroepfrequentie
      3023,0 3023,0 AERO-SAR operaties
      HF 4 MHz 4125,0 4125,0 Radiotelefonie Noodfrequentie
      4177,5 4177,5 Radiotelex Noodfrequentie
      4207,5 4207,5 DSC Noodfrequentie
      4208,0 4219,5 DSC aanroepfrequentie
      4208,5 4220,0 DSC aanroepfrequentie
      4209,0 4220,5 DSC aanroepfrequentie
      5680,0 5680,0 AERO-SAR
      HF 6 MHz 6215,0 6215,0 Radiotelefonie Noodfrequentie
      6268,0 6268,0 Radiotelex Noodfrequentie
      6312,0 6312,0 DSC Noodfrequentie
      6312,5 6331,0 DSC aanroepfrequentie
      6313,0 6331,5 DSC aanroepfrequentie
      6313,5 6332,0 DSC aanroepfrequentie
      HF 8 MHz 8291,0 8291,0 Radiotelefonie Noodfrequentie
      8376,5 8376,5 Radiotelex Noodfrequentie
      8414,5 8414,5 DSC Noodfrequentie
      8415,0 8436,5 DSC aanroepfrequentie
      8415,5 8437,0 DSC aanroepfrequentie
      8416,0 8437,5 DSC aanroepfrequentie
      HF 12 MHz 12290,0 12290,0 Radiotelefonie Noodfrequentie
      12520,0 12520,0 Radiotelex Noodfrequentie
      12577,0 12577,0 DSC Noodfrequentie
      12577,5 12657,0 DSC aanroepfrequentie
      12578,0 12657,5 DSC aanroepfrequentie
      12578,5 12658,0 DSC aanroepfrequentie
      HF 16 MHz 16420,0 16420,0 Radiotelefonie Noodfrequentie
      16695,0 16695,0 Radiotelex Noodfrequentie
      16804,5 16804,5 DSC Noodfrequentie
      16805,0 16903,0 DSC aanroepfrequentie
      16805,5 16903,5 DSC aanroepfrequentie
      16806,0 16904,0 DSC aanroepfrequentie
      HF 18 MHz 18898,5 19703,0 DSC aanroepfrequentie
      18899,0 19704,0 DSC aanroepfrequentie
      18899,5 19704,5 DSC aanroepfrequentie
      HF 22 MHz 22374,5 22444,0 DSC aanroepfrequentie
      22375,0 22444,5 DSC aanroepfrequentie
      22375,5 22445,0 DSC aanroepfrequentie
      HF 25 MHz 25208,5 26121,0 DSC aanroepfrequentie
      25209,0 26121,5 DSC aanroepfrequentie
      25209,5 26122,0 DSC aanroepfrequentie
      1. De volgende gepaarde frequenties (schip/kuststation) 4 208/4 219,5 kHz, 6312,5/6 331 kHz, 8 415/8 436,5 kHz, 12577,5/12 657 kHz, 16 805/16 903 kHz, 18898,5/19 703,5 kHz, 22374,5/22 444 kHz en 25208,5/22 121 kHz zijn internationaal de primaire frequenties voor digital selective calling. (zie ook artikel 54 van het Radioreglement).
      2. Voor het gebruik van de frequenties 4 207,5 kHz, 6 312 kHz, 8 414,5 kHz, 12 577 kHz en 16804,5 kHz door schepen en kuststations voor nood en veiligheidsverkeer door middel van DSC is artikel 31 van het Radioreglement van toepassing.
      1.2. GMDSS en DSC frequenties boven de 30 MHZ, VHF/UHF band
      Frequentie (MHz) Opmerking
      121,5 AERO-SAR (GMDSS)
      123,1 AERO-SAR (GMDSS)
      156,3 VHF-CH06 (GMDSS)
      156,525 VHF-CH70 (DSC en GMDSS)
      156,8 VHF-CH16 (GMDSS)
      161,975 AIS-SART (GMDSS)
      162,025 AIS-SART (GMDSS)
      406 – 406.1 406-EPIRB (GMDSS)
      1626,5 – 1645,5 SAT-COM nood en veiligheid communicatie (GMDSS)
      1645,5 – 1646,5 D&S-OPS nood en veiligheid operaties (GMDSS)
      SAT-COM communicatie via satelliet voor nood en spoed veiligheid radiocommunicatie

      1.3. Internationale maritieme mobiele telefonie-telegrafie frequenties in de band 1606,5 – 4000 kHz.
      Gebruik in de MF/HF-band is alleen toegestaan buiten het werkingsgebied van de Regionale Regeling.

      Opmerkingen:
      Regio 1 omvat Europa, Afrika en de voormalige U.S.S.R. met aangrenzende zeegebieden

      Regio 2 en 3 omvat de rest van de wereld.

      Radiotelefonie scheepsfrequenties. Draaggolf frequentie in kHz. Klasse van uitzending J3E.

      Voor gebruik met kuststations in ITU regio 1.
      1952 1955 1958 1961 1964 1967 1970 1973 1976 1979
      1982 1985 1988 1991 1994 1997 2000 2003 2006 2009
      2012 2015 2018 2021 2024 2027 2030 2033 2036 2039
      2042 2045 2048* 2051 2054 2057 2060 2063 2066 2069
      2072 2075 2078 2081 2084 2087 2090 2093 2096 2099
      2102 2105 2108 2111 2114 2117 2120 2123 2126 2129
      2132 2135 2138
      * ook voor schepen onderling.

      Radiotelegrafie scheepsfrequenties. Centrumfrequentie in kHz, Klasse van uitzending F1B.
      Voor gebruik met kuststations in ITU regio 1.
      2141,75 2142,25 2142,75 2143,25 2143,75 2144,25 2144,75 2145,25 2145,75 2146,25
      2146,75 2147,25 2147,75 2148,25 2148,75 2149,25 2149,75 2150,25 2150,75 2151,25
      2151,75 2152,25 2152,75 2153,25 2153,75 2154,25 2154,75 2155,25 2155,75 2156,25
      2156,75 2157,25 2157,75 2158,25 2158,75 2159,25 2159,75
      Radiotelefonie scheepsfrequenties. Draaggolf frequentie in kHz. Klasse van uitzending J3E.
      Voor gebruik met kuststations in ITU regio 1.
      2194 2197 2200 2203 2206 2209 2212 2215 2218 2221
      2224 2227 2230 2233 2236 2239 2242 2245 2248 2251
      2254 2257
      Radiotelefonie scheepsfrequenties. Draaggolf frequentie in kHz. Klasse van uitzending J3E.

      Voor schepen onderling in ITU regio 1.

      2263 2266 2269 2272 2275 2278 2281 2284 2287 2290
      2293 2296 2299 2302 2305 2308 2311 2314 2317 2320
      2323 2326 2329 2332 2335 2338 2341 2344 2347 2350
      2353 2356 2359 2362 2365 2368 2371 2374 2377 2380
      2383 2386 2389 2392 2395 2398 2401 2404 2407 2410
      2413 2416 2419 2422 2425 2428 2431 2434 2437 2440
      2443 2446 2449 2452 2455 2458 2461 2464 2467 2470
      2473 2476 2479 2482 2485 2488 2491 2494
      Radiotelegrafie scheepsfrequenties. Centrumfrequentie in kHz. Klasse van uitzending F1B.

      Voor gebruik met kuststations in ITU regio 1.

      2502,25 2502,75 2503,25 2503,75 2504,25 2504,75 2505,25 2505,75 2506,25 2506,75
      2507,25 2507,75 2508,25 2508,75 2509,25 2509,75 2510,25 2510,75 2511,25 2511,75
      2512,25 2512,75 2513,25 2513,75 2514,25 2514,75 2515,25 2515,75 2516,25 2516,75
      2517,25 2517,75 2518,25 2518,75 2519,25 2519,75 2520,25 2520,75 2521,25 2521,75
      2522,25 2522,75 2523,25 2523,75 2524,25 2524,75 2525,25 2525,75 2526,25 2526,75
      2527,25 2527,75 2528,25 2528,75 2529,25 2529,75 2530,25 2530,75 2531,25 2531,75
      2532,25 2532,75 2533,25 2533,75 2534,25 2534,75 2535,25 2535,75 2536,25 2536,75
      2537,25 2537,75 2538,25 2538,75 2539,25 2539,75 2540,25 2540,75 2541,25 2541,75
      2542,25 2542,75 2543,25 2543,75 2544,25 2544,75 2545,25 2545,75 2546,25 2546,75
      2547,25 2547,75 2548,25 2548,75 2549,25 2549,75 2550,25 2550,75 2551,25 2551,75
      2552,25 2552,75 2553,25 2553,75 2554,25 2554,75 2555,25 2555,75 2556,25 2556,75
      2557,25 2557,75 2558,25 2558,75 2559,25 2559,75 2560,25 2560,75 2561,25 2561,75
      2562,25 2562,75 2563,25 2563,75 2564,25 2564,75 2565,25 2565,75 2566,25 2566,75
      2567,25 2567,75 2568,25 2568,75 2569,25 2569,75 2570,25 2570,75 2571,25 2571,75
      2572,25 2572,75 2573,25 2573,75 2574,25 2574,75 2575,25 2575,75 2576,25 2576,75
      2577,25 2577,75
      Radiotelefonie scheepsfrequenties. Draaggolf frequentie in kHz. Klasse van uitzending J3E.

      Voor schepen onderling. In ITU regio 2 en 3

      2635 2638
      Radiotelegrafie scheepsfrequenties. Centrumfrequentie in kHz. Klasse van uitzending F1B.

      Voor gebruik met kuststations in ITU regio 1.

      3155,25 3155,75 3156,25 3156,75 3157,25 3157,75 3158,25 3158,75 3159,25 3159,75
      3160,25 3160,75 3161,25 3161,75 3162,25 3162,75 3163,25 3163,75 3164,25 3164,75
      3165,25 3165,75 3166,25 3166,75 3167,25 3167,75 3168,25 3168,75 3169,25 3169,75
      3170,25 3170,75 3171,25 3171,75 3172,25 3172,75 3173,25 3173,75 3174,25 3174,75
      3175,25 3175,75 3176,25 3176,75 3177,25 3177,75 3178,25 3178,75 3179,25 3179,75
      3180,25 3180,75 3181,25 3181,75 3182,25 3182,75 3183,25 3183,75 3184,25 3184,75
      3185,25 3185,75 3186,25 3186,75 3187,25 3187,75 3188,25 3188,75 3189,25 3189,75
      3190,25 3190,75 3191,25 3191,75 3192,25 3192,75 3193,25 3193,75 3194,25 3194,75
      3195,25 3195,75 3196,25 3196,75 3197,25 3197,75 3198,25 3198,75 3199,25 3199,75
      Radiotelefonie scheepsfrequenties. Draaggolf frequentie in kHz. Klasse van uitzending J3E.

      Voor gebruik met kuststations in ITU regio 1.

      3200 3203 3206 3209 3212 3215 3218 3221 3224 3227
      3230 3233 3236 3239 3242 3245 3248 3251 3254 3257
      3260 3263 3266 3269 3272 3275 3278 3281 3284 3287
      3290 3293 3296 3299 3302 3305 3308 3311 3314 3317
      3320 3323 3326 3329 3332 3335
      Radiotelefonie scheepsfrequenties. Draaggolf frequentie in kHz. Klasse van uitzending J3E.

      Voor schepen onderling in ITU regio 1.

      3340 3343 3346 3349 3352 3355 3358 3361 3364 3367
      3370 3373 3376 3379 3382 3385 3388 3391 3394 3397
      Radiotelefonie scheepsfrequenties. Draaggolf frequentie in kHz. Klasse van uitzending J3E.

      Voor schepen onderling in ITU regio 1.

      3500 3503 3506 3509 3512 3515 3518 3521 3524 3527
      3530 3533 3536 3539 3542 3545 3548 3551 3554 3557
      3560 3563 3566 3569 3572 3575 3578 3581 3584 3587
      3590 3593 3596
      1.4. Internationale maritieme mobiele telefonie-telegrafie frequenties in de band 4 – 30 MHz.
      Frequentie banden tussen 4000 kHz en 27500 kHz voor de maritieme mobiele service.

      Per frequentieband is het aantal beschikbare frequenties aangegeven in f als mede de bijbehorende kanaalafstand in kHz.

      Band (MHz)

      4

      6

      8

      12

      16

      18/19

      22

      25/26

      Limieten (kHz) 4 063 6 200 8 195 12 230 16 360 18 780 22 000 25 070
      Aan schepen toe te wijzen frequenties voor oceanografische data overdracht

      a)
      4 063,3

      tot

      4 064,8

      6 f.

      0,3 kHz
      Limieten (kHz) 4 065 6 200 8 195 12 230 16 360 18 780 22 000 25 070
      Aan schepen toe te wijzen frequenties voor duplex telefonie.

      b)
      4 066,4

      tot

      4 144,4

      27 f.

      3 kHz
      6 201,4

      tot

      6 222,4

      8 f.

      3 kHz
      8 196,4

      tot

      8 292,4

      33 f.

      3 kHz
      12 231,4

      tot

      12 351,4

      41 f.

      3 kHz
      16 361,4

      tot

      16 526,4

      56 f.

      3 kHz
      18 781,4

      tot

      18 823,4

      15 f.

      3 kHz
      22 001,4

      tot

      22 157,4

      53 f.

      3 kHz
      25 071,4

      tot

      25 098,4

      10 f.

      3 kHz
      Limieten (kHz) 4 146 6 224 8 294 12 353 16 528 18 825 22 159 25 100
      Ook aan schepen toe te wijzen frequenties voor simplex telefonie. 4 147,4

      tot

      4 150,4

      2 f.

      3 kHz
      6 225,4

      tot

      6 231,4

      3 f.

      3 kHz
      8 295,4

      tot

      8 298,4

      2 f.

      3 kHz
      12 354,4

      tot

      12 366,4

      5 f.

      3 kHz
      16 529,4

      tot

      16 547,4

      7 f.

      3 kHz
      18 826,4

      tot

      18 844,4

      7 f.

      3 kHz
      22 160,4

      tot

      22 178,4

      7 f.

      3 kHz
      25 101,4

      tot

      25 119,4

      7 f.

      3 kHz
      Limieten (kHz) 4 152 6 233 8 300 12 368 16 549 18 846 22 180 25 121
      Aan schepen toe te wijzen frequenties voor breed band telegrafie, facsimile en bijzonderel uitzend systemen. 4 154

      tot

      4 170

      5 f.

      4 kHz
      6 235

      tot

      6 259

      7 f.

      4 kHz
      8 302

      tot

      8 338

      10 f.

      4 kHz
      12 370

      tot

      12 418

      13 f.

      4 kHz
      16 551

      tot

      16 615

      17 f.

      4 kHz
      18 848

      tot

      18 868

      6 f.

      4 kHz
      22 182

      tot

      22 238

      15 f.

      4 kHz
      25 123

      tot

      25 159

      10 f.

      4 kHz
      Limieten (kHz) 4 172 6 261 8 340 12 420 16 617 18 870 22 240 25 161,25
      Aan schepen toe te wijzen frequenties voor oceanografische data overdracht

      a)
      6 261,3

      tot

      6 262,5

      5 f.

      0.3 kHz
      8 340,3

      tot

      8 341,5

      5 f.

      0,3 kHz
      12 420,3

      tot

      12 421,5

      5 f.

      0,3 kHz
      16 617,3

      tot

      16 618,5

      5 f.

      0,3 kHz
      22 240,3

      tot

      22 241,5

      5 f.

      0,3 kHz
      Limieten (kHz) 4 172 6 262,75 8 341,75 12 421,75 16 618,75 18 870 22 241,75 25 161,25
      Aan schepen toe te wijzen frequenties (gepaard en ongepaard) voor smalbandige telegrafie en data overdracht met een snelheid van maximaal 100 Bd voor FSK en maximaal 200 Bd voor PSK.

      c) d)
      4 172,5

      tot

      4 181,5

      18 f.

      0,5 kHz
      6 263

      tot

      6 275,5

      25 f.

      0,5 kHz
      Limieten (kHz) 4 181,75 6 275,75 8 341,75 12 421,75 16 618,75 18 870 22 241,75 25 161,25
      Limieten (kHz) 4 186,75 6 280,75 8 341,75 12 421,75 16 618,75 18 870 22 241,75 25 161,25
      Aan schepen toe te wijzen frequenties (gepaard) voor smalbandige telegrafie en data overdracht met een snelheid van maximaal 100 Bd voor FSK en maximaal 200 Bd voor PSK.

      d)
      6 281

      tot

      6284,5

      8 f.

      0,5 kHz
      Limieten (kHz) 4 186,75 6 284,75 8 341,75 12 421,755 16 618,75 18 870 22 241,75 25 161,25
      Limieten (kHz) 4 202,25 6 300,25 8 376,25 12 476,75 16 683,25 18 870 22 284,25 25 172,75
      Aan schepen toe te wijzen frequenties (gepaard) voor smalbandige telegrafie en data overdracht met een snelheid van maximaal 100 Bd voor FSK en maximaal 200 Bd voor PSK.

      c) d)
      8 376,5

      tot

      8 396

      40 f.

      0.5 kHz
      12 477

      tot

      12 549,5

      146 f.

      0.5 kHz
      16 683,25

      tot

      16 733,5

      101 f.

      0.5 kHz
      18 870,5

      tot

      18 892,5

      45 f.

      0,5 kHz
      22 284,5

      tot

      22 351,5

      135 f

      0.5 kHz
      25173

      tot

      25 192,5

      40 f.

      0,5 kHz
      Limieten (kHz) 4 202.25 6 300,25 8 396,25 12 549,75 16 733,75 18 892,75 22 351,75 25 192,75
      Limieten (kHz) 4 202,25 6 300,25 8369,25 12 554,75 16 738,75 18 892,75 22 351,75 25 192,75
      Aan schepen toe te wijzen frequenties (gepaard) voor smalbandige telegrafie en data overdracht met een snelheid van maximaal 100 Bd voor FSK en maximaal 200 Bd voor PSK.

      d)
      12 555

      tot

      12 559,5

      10 f.

      0,5 kHz
      16 739

      tot

      16 784,5

      92 f.

      0,5 kHz
      Limieten (kHz) 4 202,25 6 300,25 8 396,25 12 559,75 16 784,75 18 892,75 22 351,75 25 192,75
      Aan schepen toe te wijzen frequenties (ongepaard) voor smalbandige telegrafie en data overdracht met een snelheid van maximaal 100 Bd voor FSK en maximaal 200 Bd voor PSK.

      d)
      4 202,5

      tot

      4 207

      10 f

      0,5 kHz
      6 300,5

      tot

      6 311,5

      23 f.

      0,5 kHz
      8 396,5

      tot

      8 414

      36 f.

      0,5 kHz
      12 560

      tot

      12 576,5

      34 f.

      0,5 kHz
      16 785

      tot

      16 804

      39 f.

      0,5 kHz
      18 893

      tot

      18 898

      11 f.

      0,5 kHz
      22 352

      tot

      22 374

      45 f.

      0,5 kHz
      25 193

      tot

      25 208

      31 f.

      0,5 kHz
      Limieten (kHz) 4 207.25 6 311.75 8 414,25 12 576.75 16 804,25 18 898,25 22 374,25 25 208,25
      Opmerkingen bij tabel 1.4:

    4. a) De frequentiebanden mogen ook worden gebruikt door radioapparaten op boeien voor oceanografische data overdracht en door de stations die deze boeien uitlezen.
    5. b) Voor het gebruik van de draaggolf frequenties 4 125 kHz, 6 215 kHz, 8 291 kHz, 12 290 kHz en 16 420 kHz in deze sub-banden, door schepen en kuststations voor nood- en veiligheidsverkeer, met enkel zijband radiotelefonie, is artikel 31 van het Radioreglement van toepassing, (WRC07)
    6. c) Voor het gebruik van de frequenties 4 177,5 kHz, 6 268 kHz, 8 376,5 kHz, 12 520 kHz en 16 695 kHz in deze sub-banden, door schepen en kuststations voor nood- en veiligheidsverkeer, met smalbandige telegrafie, is artikel 31 van het Radioreglement van toepassing.
    7. d) Deze sub-banden, met uitzondering van de frequenties genoemd onder C, mogen worden gebruikt voor eerste tests en de mogelijk toekomstige introductie binnen de maritiem mobiele service van nieuwe digitale technieken. Stations die deze sub-banden voor dit doel gebruiken mogen geen schadelijke storing veroorzaken bij, noch bescherming claimen tegen, andere stations die in overeenstemming met artikel 5 van de RR werken.
    8. 2. Frequentiegebruik in de VHF-banden
      x x x x x x x x x x x x x x x x x x x x x x x x x x x x x x x x x x x x x x x x x x x x x x x x x x x x x x x x x x x x x x x x x x x x x x x Digital Selective Calling, voor nood, spoed, veiligheid en aanroepkanaal. x x x x x x x x x x x x x x x x x x x nood, spoed, veiligheid en aanroepkanaal nood, spoed, veiligheid en aanroepkanaal x x x x x x x x x x x x x x x x x x x x x x x x x x x x x x x x x x x x x x x x x x x x x x x x x x x x x x x x x x x x x x x x x x automatisch identificatiesysteem (AIS) automatisch identificatiesysteem (AIS)
      Kanaal

      nr.
      Noten Zend frequentie

      (MHz)
      Toepassing binnen het werkingsgebied van de Regionale Regeling (op de binnenwateren)

      Zie noot 1), 2), 3)
      Toepassing buiten het werkingsgebied van de Regionale Regeling (op de territoriale zee)

      Zie noot 28)
      Vanaf schip Vanaf kuststation Inter ship Havenoperaties en scheepsbewegingen Nautische informatie Inter ship Havenoperaties en scheepsbewegingen Openbare

      correspondentie
      Simplex freq. Duplex freq.
      55L 29) 155,775
      56L 29) 155,825
      60 4) 156.025 160.625
      01 4) 156.050 160.650
      61 4) 156.075 160.675
      02 4) 156.100 160.700
      62 4) 156.125 160.725
      03 4) 156.150 160.750
      63 4) 156.175 160.775
      04 4) 156.200 160.800
      64 156.225 160.825
      05 4) 156.250 160.850
      65 4) 156.275 160.875
      06 31) 156.300 156,300
      66 156.325 160.925
      07 4) 156.350 160.950
      67 5), 25) 156.375 156.375
      08 156.400 156.400
      68 4) 156.425 156.425
      09 6) 156.450 156.450
      69 4) 156.475 156.475
      10 7), 8), 25), 32) 156.500 156.500
      70 9), 31) 156.525 156.525
      11 32) 156.550 156.550 x
      71 156.575 156.575 x
      12 156.600 156.600 x
      72 10), 11) 156.625 156.625 x
      13 8), 26) 156.650 156.650
      73 12), 25) 156.675 156.675
      14 156.700 156.700
      74 156.725 156.725
      15 13), 24) 156.750 156.750
      75 27), 30) 156.775 156.775
      16 14), 31) 156.800 156.800
      76 6), 27), 30) 156.825 156.825
      17 13), 24) 156.850 156.850
      77 10), 16), 22) 156.875 156.875
      12H 15) 161,200 161,200
      14H 29) 161,300 161,300
      16H 29) 161,400 161,400
      13H 15) 161,250 161,250
      18 17) 156.900 161.500 x
      78 156.925 161.525 x
      19 156.950 161.550 x
      79 4), 156.975 161.575 x
      20 17), 157.000 161.600 x
      80 4) 157.025 161.625 x
      21 4) 157.050 161.650 x
      81 4) 157.075 161.675 x
      22 17) 157.100 161.700 x
      82 16), 18) 157.125 161.725 x
      23 19) 157.150 161.750 x
      83 19) 157.175 161.775 x
      24 157.200 161.800 x
      84 17) 157.225 161.825 x
      25 4) 157.250 161.850 x
      85 17) 157.275 161.875 x
      26 157.300 161.900 x
      86 157.325 161.925 x
      27 4) 157.350 161.950 x
      87 6) 157.375 157.375
      28 157.400 162.000 x
      88 20) 157.425 157.425
      31 21) 157,550 162,150
      AIS 1 22), 31), 33) 161.975 161.975
      AIS 2 22), 31), 33) 162.025 162.025
      Opmerkingen bij tabel 2:

    9. 1) Binnen het werkingsgebied van de Regionale Regeling mag de marifoon uitzenden met een zenderuitgangsvermogen tussen 0,5 en 25 Watt en mag de VHF-portofoon uitzenden met een zenderuitgangsvermogen tussen 0,1 en 6 Watt. De gebruiker van een marifoon of VHF-portofoon dient het zenderuitgangsvermogen op de kanalen 1 t/m 5, 7, 9, 18 t/m 28, 31, 60 t/m 69, 73, 78 t/m 88 handmatig of automatisch te reduceren tot een waarde tussen 0,5 en 1 Watt.Op de kanalen 6, 8, 10 t/m 15, 17, 71, 72 en 74 t/m 77 dient het zenderuitgangsvermogen te allen tijde automatisch te worden gereduceerd tot een waarde tussen 0,5 en 1 Watt. De antenne van de marifoon is rondstralend en heeft een maximale gain van 1,5 dB ten opzichte van een halve golflengte dipool.
    10. 2) Binnen het werkingsgebied van de Regionale Regeling is het gebruik van de dual watch functie niet toegestaan.
    11. 3) Indien een externe marifoonantenne op de portofoon wordt aangesloten, dan dient het zenderuitgangsvermogen op de kanalen 1 t/m 15, 17 t/m 28 en 60 t/m 88 gereduceerd te worden tot 1 Watt. Deze bepaling is niet van toepassing op de kanalen 23 en 83 voor communicatie met de Kustwacht.
    12. 4) Binnen het werkingsgebied van de Regionale Regeling zijn de kanalen 1 t/m 5, 7, 21, 25, 27, 60 t/m 63, 65, 68, 69 en 79 t/m 81 aangewezen voor gebruik ten behoeve van verkeersbegeleiding. Verkeersbegeleiding omvat radioverkeer voor het begeleiden van de scheepvaart onder radardekking in een vooraf bepaald gebied, waarbij een walorganisatie assistentie verleent voor een vlotte en veilige scheepvaart.
    13. 5) Binnen het werkingsgebied van de Regionale Regeling is kanaal 67 aangewezen voor gebruik ten behoeve van communicatie ter plaatse gedurende opsporing/reddingsoperaties op de Noordzee en de Grote binnenwateren (IJsselmeer, Waddenzee, Ooster- en Westerschelde).
    14. 6) Binnen het werkingsgebied van de Regionale Regeling zijn de kanalen 9, 76 en 87 aangewezen voor divers nautisch gebruik. Divers nautisch gebruik omvat zakelijk radioverkeer tussen bedrijven, organisaties en internationale (zee)schepen.
    15. 7) Binnen het werkingsgebied van de Regionale Regeling is kanaal 10 het primaire kanaal voor aanroep-, spoed- en veiligheidsverkeer.
    16. 8) Binnen het werkingsgebied van de Regionale Regeling is kanaal 13 het uitwijkkanaal voor kanaal 10.
    17. 9) Binnen het werkingsgebied van de Regionale Regeling is het gebruik van DSC niet toegestaan. Een uitzondering geldt voor de Grote binnenwateren (Waddenzee, IJsselmeer, Ooster- en Westerschelde en Eems-Dollard): daar mag kanaal 70 op vrijwillige basis gebruikt worden voor nood-, spoed- en veiligheidsverkeer.
    18. 10) Binnen het werkingsgebied van de Regionale Regeling mogen de kanalen 77 en 72 tevens worden gebruikt voor sociaal verkeer.
    19. 11) Binnen het werkingsgebied van de Regionale Regeling is kanaal 72 tevens aangewezen voor gebruik ten behoeve van bergings- en sleepactiviteiten.
    20. 12) Binnen het werkingsgebied van de Regionale Regeling is kanaal 73 aangewezen voor gebruik ten behoeve van bestrijding van olieverontreinigingen op de Noordzee.
    21. 13) Binnen het werkingsgebied van de Regionale Regeling mogen de kanalen 15 en 17 alleen worden gebruikt voor on-board communicatie (intraship). Een uitzondering geldt voor gebruik aan boord van kleine schepen (minder dan 20 meter), zoals gedefinieerd in de Code Européen des Voies de Navigation Intérieure (CEVNI): aan boord van kleine schepen is gebruik voor on-board communicatie niet toegestaan.
    22. 14) Binnen het werkingsgebied van de Regionale Regeling is kanaal 16 tevens het afhandelingskanaal na DSC alarmering.
    23. 15) Binnen het werkingsgebied van de Regionale Regeling mag de binnenvaart ten behoeve van zand- en grindwinning en baggerwerkzaamheden gebruik maken van de kanalen 12H (frequentie 161,200 MHz) en 13H (frequentie 161,250 MHz). Het uitgestraalde vermogen is niet hoger dan 1 Watt. Kanaal 13H mag niet in Zeeland, Noord-Brabant en Limburg gebruikt worden.
    24. 16) Binnen het werkingsgebied van de Regionale Regeling zijn de kanalen 82 en 77 aangewezen voor gebruik ten behoeve van de proviandering van schepen.
    25. 17) Binnen het werkingsgebied van de Regionale Regeling zijn de kanalen 18, 20, 22, 84 en 85 aangewezen voor gebruik ten behoeve van het geven van mededelingen aan en het ontvangen van aanwijzingen van brug- en sluispersoneel.
    26. 18) Binnen het werkingsgebied van de Regionale Regeling is kanaal 82 aangewezen voor gebruik ten behoeve van radioverkeer met betrekking tot de bunkering van schepen.
    27. 19) De kanalen 23 en 83 zijn aangewezen voor gebruik ten behoeve van de radiomedische dienst van het Nederlandse redding coördinatie centrum (RCC) te Den Helder.
    28. 20) Kanaal 88 is aangewezen voor gebruik bij tijdelijke maritieme evenementen.
    29. 21) Binnen het werkingsgebied van de Regionale Regeling is kanaal 31 aangewezen voor gebruik ten behoeve van communicatie met betrekking tot jachthavenverkeer (marinakanaal).
    30. 22) Binnen het werkingsgebied van de Regionale Regeling geldt een maximaal zenderuitgangsvermogen van 12,5 Watt op de AIS frequenties. De antenne is rondstralend en heeft een maximale gain van 1,5 dB ten opzichte van een halve golflengte dipool.
    31. 23) Binnen het werkingsgebied van de Regionale Regeling mogen de kanalen 15 en 17 alleen worden gebruikt voor on-board communicatie (intraship). Een uitzondering geldt voor gebruik aan boord van kleine schepen (minder dan 20 meter), zoals gedefinieerd in de Code Européen des Voies de Navigation Intérieure (CEVNI): aan boord van kleine schepen is gebruik voor on-board communicatie niet toegestaan.
    32. 24) Buiten het werkingsgebied van de Regionale Regeling mogen de kanalen 15 en 17 worden gebruikt voor intership-verkeer. Daarnaast mogen ze ook gebruikt worden voor on-board communicatie, mits het effectief uitgestraalde vermogen niet groter is dan 1 Watt ERP. Landen mogen nadere regels stellen voor gebruik van deze frequenties in hun territoriale wateren.
    33. 25) De Nederlandse administratie kan, indien zij dit noodzakelijk acht, de kanalen 10, 67 en 73 tevens aanwijzen voor gebruik voor communicatie tussen scheepsstations, luchtvaartuigen en stations aan de wal die betrokken zijn bij gecoördineerde SAR-operaties en operaties ter bestrijding van milieuvervuiling.
    34. 26) Kanaal 13 is bestemd voor wereldwijd gebruik als veiligheids- en navigatiekanaal; primair voor intership, veiligheids- en navigatiecommunicatie. Het kan ook gebruikt worden voor scheepsbewegingen en havenoperaties, afhankelijk van nationale regelgeving van de betreffende administraties. Echter binnen het werkingsgebied van de Regionale Regeling geldt noot 8).
    35. 27) Met uitzondering van AIS, moet het gebruik van de kanalen 75 en 76 beperkt blijven tot navigatie-gerelateerde communicatie en moeten alle voorzorgsmaatregelen worden genomen worden om storing op kanaal 16 te voorkomen, onder meer door beperking van het effectief uitgestraalde vermogen tot 1 Watt ERP en geografische scheiding.
    36. 28) Buiten het werkingsgebied van de Regionale Regeling mag de automatische vermogensreductie en ATIS van de marifoon en de portofoon buiten gebruik zijn.
    37. 29) Gebruik van VHF-kanalen/frequenties in de zeevisserij:

      De kanalen 55L, 56L, 14H en 16H mogen uitsluitend worden toegepast door vissersschepen voor onderling verkeer en de berichten mogen versleuteld zijn, waarbij:

    38. – de kanalen 55L en 56L niet mogen worden gebruikt binnen 25 km van de Nederlandse kust;
    39. – vissersschepen die (beroepsmatig) sportvisserij bedrijven, uitsluitend gebruik mogen maken van kanaal 16H.
    40. 30) De kanalen 75 en 76 zijn tevens internationaal aangewezen voor de mobiele satelliet service (aarde-ruimte) voor het ontvangen van long-range AIS uitzendingen van schepen.
    41. 31) De kanalen 6, 70, 16, AIS 1 en AIS 2 mogen tevens gebruikt worden door radiostations in de luchtvaart met als doel SAR activiteiten en veiligheid gerelateerde communicatie.
    42. 32) Bij maritieme radiocommunicatie op de kanalen 10 en 11 worden alle voorzorgsmaatregelen getroffen om schadelijke interferentie op kanaal 70 te voorkomen.
    43. 33) De frequenties AIS 1 en AIS 2 mogen tevens worden gebruikt in de mobiele satelliet-service (aarde-ruimte) voor het ontvangen van AIS uitzendingen van schepen.
    44. 3. Frequentiegebruik in de UHF-banden
      Overzicht van UHF kanalen/frequenties die beschikbaar zijn voor maritiem mobiele communicatie, met vermelding van de toegestane toepassingen (frequenties in MHz):

      kanaal

      nummer
      zendfrequentie on-board

      communicatie
      sociaal verkeer

      (a)
      1 457,525 x
      2 457,5375 x x
      3 457,550 x
      4 457,5625 x x
      5 457,575 x
      6 467,525 x
      7 467,5375 x
      8 467,550 x
      9 467,5625 x
      10 467,575 x
      Noot UHF

      a) sociaal verkeer alleen in Nederland

      – zie onderdeel 6 voor een toelichting op de gebruikte begrippen

      – De UHF portofoon mag uitzenden met een vermogen tussen 0,2 en 2 watt ERP.

      4. Frequentiegebruik mobiele satellietverbindingen
      Toepassing Frequentie Vermogen
      EPIRB (homing ten behoeve van uitpeilen) 121,500 MHz 200 mW
      EPIRB (alarmering) 406,000 – 406,100 MHz 5 W e.r.p.
      INMARSAT A, B, C, F, M en Mini M 1626,500 – 1645,500 MHz 0 dBW e.r.p.
      5. Overzicht ten aanzien van het certificaat van bediening dat per radiozendapparaat is vereist voor maritiem mobiele radiocommunicatie (zeevaart en binnenvaart/pleziervaart)
      Dit overzicht bevat alle radioapparatuur die onder de noemer ‘scheepsstation’ vergunningvrij met melding kan worden gebruikt.

        Basiscertificaat of MARCOM B of MARCOM A
      Marifoon Binnenvaart X X X
      Marifoon Zeevaart X X
      Combi-marifoon X X
      DSC Klasse C X X X
      DSC Alle andere klassen X X
      MF/HF- radioapparatuur X
      Portofoon GMDSS X X
      Portofoon met alle marifoonkanalen X X X
      Portofoon beroepsbinnenvaart Kanalen 15 en 17 X X X
      Satelliet EPIRB 406 MHz X X
      INMARSAT A, B, C, F, M en Mini M indien voorzien van alarmeringsmogelijkheid binnen het GMDSS X X
      INMARSAT C_VMS en _SSAS indien voorzien van alarmeringsmogelijkheid binnen het GMDSS X X X
      Telex over Radio (SELCAL) X
      Scrambler X X
      Automatic Identification System (AIS) X X X
      6. Toelichting op de gebruikte terminologie
      Aanroepkanaal: Kanaal voor het aanroepen en het verstrekken van korte mededelingen, met uitzondering van sociaal verkeer;
      ERP/e.r.p. Het effectief uitgestraald vermogen van de zendinrichting ten opzichte van een halve golf dipool (Effective Radiated Power);
      EIRP/e.i.r.p. Het effectief uitgestraald vermogen van de zendinrichting ten opzichte van een isotrope straler (Equivalent Isotropically Radiated Power).
      Havenoperaties: Radioverkeer inzake het geven van mededelingen aan en het ontvangen van aanwijzingen van havenautoriteiten met betrekking tot de veiligheid van scheepsbewegingen;
      Intership verkeer: Radioverkeer ten behoeve van de communicatie tussen schepen onderling (intraship);
      Nautische informatie: Radioverkeer ten behoeve van het geven van mededelingen aan en het ontvangen van aanwijzingen van verkeersbegeleidingsstations;
      Nood- of spoedverkeer: Radioverkeer betreffende de veiligheid van een schip, luchtvaartuig of ander vervoermiddel, dan wel van een persoon;
      On-board communicatie: Communicatie tussen radioapparaten op hetzelfde schip (intraship);
      Sociaal verkeer: Radioverkeer van algemene aard
      Verkeersbegeleiding: Radioverkeer voor het begeleiden van de scheepvaart onder radardekking in een vooraf bepaald gebied, waarbij een walorganisatie assistentie verleent voor een vlotte en veilige scheepvaart;
      Veiligheidsverkeer: Radioverkeer houdende belangrijke waarschuwingen betreffende de navigatie of meteorologische zaken.
      Bijlage 3
      Spellingsalfabet als bedoeld in artikel 10, onderdeel h
      Bij het spellen van de roepletters dient gebruik te worden gemaakt van het volgende spellingsalfabet:

      A Alfa N November
      B Bravo O Oscar
      C Charlie P Papa
      D Delta Q Quebec
      E Echo R Romeo
      F Foxtrot S Sierra
      G Golf T Tango
      H Hotel U Uniform
      I India V Victor
      J Juliett W Whiskey
      K Kilo X X-ray
      L Lima Y Yankee
      M Mike Z Zulu
      Bron: Wetten.Overheid op 25 november 2019.


    Valid HTML 5.0 Valid CSS Valid i18n
    © 2021 pa0bak, overname eigen artikelen toegestaan met bronvermelding.
    Artikelen van derden bevatten een bronvermelding.
    Ron's CMS versie 210209a
    Samengesteld in
    Inhoud grootte
    Aangemaakt op
    Aangepast     op
    58513 µsec.
    258260 bytes
    03 dec 2019
    31 dec 2019